Een lijfrenteverzekering is afgesloten op het lijf van de verzekerde. De uitkering kan ingaan bij het overlijden van de verzekerde of bij in leven zijn van de verzekerde op een bepaalde datum. De verzekering kent twee fases, namelijk de fase van de opbouw en de fase van de uitkering. Zodra de uitkering is ingegaan loopt deze door tot een bepaald moment in de toekomst of levenslang en stopt zodra de ontvanger van de uitkering komt te overlijden. Ook gedurende de opbouwfase kan de verzekering komen te vervallen na overlijden van de verzekerde.
Waarom een lijfrenteverzekering afsluiten?
Een lijfrenteverzekering wordt vaak gebruikt om het ouderdomspensioen en het AOW mee aan te vullen. Een lijfrenteverzekering wordt vaak afgesloten bij een dreigend pensioentekort. Bij wisseling van werkgever of in het geval een werknemer een tijd niet gewerkt heeft om de kinderen op te voeden, is er een pensioentekort opgelopen. Dit kan niet meer ingelopen worden door reguliere opbouw via de werkgever. Door kapitaal op te bouwen is het tekort te repareren in een eigen voorziening.
Wanneer volgt de uitkering?
Dit verschilt per soort lijfrenteverzekering. Het is in ieder geval zo dat de uitkering afhankelijk is van het wel of niet in leven zijn van de verzekerde. Een oudedagslijfrente keert alleen uit bij het in leven zijn van de verzekerde, terwijl een nabestaandenlijfrente uitsluitend uitkeert bij het overlijden van de verzekerde vóór een bepaalde datum.




