De economische basis gedachte
Eigenlijk lijkt de economische gedachte achter het probleem van de recessie te zijn, dat geld een beperkt beschikbaar middel is. Daarom moet het geld met grote snelheid door de economie gepompt worden. De belangrijkste pompen die we daarvoor hebben zijn de overheid, met zijn belastingen, en de banken met hun leningen.
De overheid is op haar manier een geldpomp voor de economie, omdat al het belastinggeld direct teruggaat naar de economie. Het geld verdwijnt niet zoals bij een burger ergens op een spaarrekening om zo geld te maken.
De banken zijn geldpompen, omdat ze het geld dat op spaarrekeningen staat, gebruiken om leningen te verstrekken. Om het voor ons aantrekkelijk te maken geld te sparen, krijgen wij een deel van de rente die banken rekenen voor hun leningen. En een ander deel van de rente gebruiken banken om hun kosten van te betalen.
Verder komt er in dit geld pomp model natuurlijk nog het principe van inflatie bij.
Maar het belangrijkste is wel, dat een economie niet zou kunnen bestaan, als iedereen het deel van zijn salaris dat overblijft onder de grond zou stoppen. Het gevolg zou zijn, dat de overheid steeds maar geld zou moeten bijdrukken om het geld, dat onder de grond verdwijnt aan te vullen. Banken zouden niet bestaan, want iedereen past zelf op zijn geld. Het gevolg zou zijn, dat pas na een paar generaties sparen, mensen iets zouden kunnen doen wat lijkt op een bedrijf. Of mensen zouden bij hun buren moeten gaan bedelen om geld, voor hun grootse plannen. En dan ben je afhankelijk van wat je buren willen. Op het laatst zou je meer tijd kwijt zijn aan het administreren van je schulden bij je buren, dan met je bedrijf. Je zou op dat moment beter een bank kunnen beginnen met het geld van je buren.
Overigens loopt op de achtergrond bij deze economische gedachtengang van geldpompen mee, dat mensen die het geld hebben en kunnen uitlenen nooit problemen krijgen, waardoor ze geld nodig hebben. Verder zouden mensen rationele beslissengen nemen. Ze nemen dus geen beslissingen op basis van emoties of gevoelens. Er is dus geen buurman, die geld aan je leent, omdat hij je aardig vindt.
Economie is zo slecht nog niet
Hoewel de gedachte van een geldpomp wel goed is, is de gedachte dat mensen rationeel reageren op hun omgeving niet logisch. Mensen lenen bijvoorbeeld makkelijker geld aan een vriend, dan aan een wild vreemde. Zelfs als ze weten, dat hun vriend het geld nooit terug zal kunnen betalen en de wild vreemde ze zou vertellen, dat ze het morgen dubbel terug krijgen.
Het echte probleem van de economie is echter niet de rationele of emotionele houding van mensen ten opzichte van geld, maar de korte termijn gedachte.
Het gaat dan om de gedachte, dat als je geld van iemand leent je het binnen een bepaalde termijn terug moet betalen. En als je het op een bepaald moment niet kunt terug betalen, dan moet de uitlener er voor zorgen dat je het toch terug betaald. De gedachtengang is dus, dat de afbetalingstermijn vastligt omdat je dat ooit hebt afgesproken en je kunt geen nieuwe termijn afspreken.
Maar wat we hier zien, is dat banken lui zijn geworden, ze willen niet meer werken voor hun geld. Ze waren misschien ooit geldpompen, maar ze zijn geldpersen geworden. Ze willen namelijk over de rug van zowel hun spaarders als hun leners geld verdienen. Dat doen ze door de spaarders minder en minder rente te geven, afhankelijk van hoeveel geld ze verdienen. Maar daarnaast blijven ze hun leners onder druk zetten om hun leningen af te betalen. Dat lijkt toch sterk op het uitpersen van een sinaasappel.
Het probleem in onze economie is dan ook niet de economie zelf, maar het feit dat we elkaar niet vertrouwen als het even economisch wat minder gaat. We gaan er eigenlijk meteen vanuit, dat de ander misbruik wil maken van de slechte economie om ons op te lichten. In ieder geval lijkt dat de gedachte, die bij veel banken leeft in slechte economische tijden.
Wat dat betreft klopt de uitspraak over banken wel:
Een bank is een instituut, dat je een paraplu leent als de zon schijnt, maar de paraplu terug wil als het begint te regenen.
Als we elkaar meer zouden vertrouwen, dan hoeven we nooit de geldpers aan te zetten.




